Google+: The Dark Side of the Circle | Edutopia
Circles have no sides, except inside and outside. And the students in your classrooms will be on one side or the other.
Is it all about the need of taking sides?
Circles have no sides, except inside and outside. And the students in your classrooms will be on one side or the other.
Is it all about the need of taking sides?
Van de eerstejaars mbo van 2005/’06 heeft 10 procent na 1 jaar het mbo zonder diploma verlaten. Na 4 jaar is dit percentage opgelopen naar 18 procent. Vooral vanuit het laagste niveau van het mbo, de assistentopleiding, is de ongediplomeerde uitval hoog. Zo lag die na 1 jaar op 21 procent en na vier jaar op 28 procent.
Bovenstaande citaat is afkomstig van een bericht bij het CBS over uitval in het MBO. Het bericht heeft al menige aandacht gehad in de pers en op het internet. Ook de MBO Raad heeft gereageerd.
Wat mij echter in dit bericht opvalt is een vreemde constatering in het bovenstaande citaat. De eerste zin laat zich lezen alsof het een cohortstudie betreft van leerlingen (eerstejaars MBO) die in 2005/'06 zijn begonnen met een opleiding. Gedurende de looptijd van het cohort neemt de uitval toe van 10% tot uiteindelijk 18% na vier jaar. Dit geeft mij de indruk dat het om een meerjarig programma gaat waarbij er na verloop van tijd steeds meer leerlingen van dit cohort uitvallen.
Het vreemde zit in de constatering ten aanzien van de assistentopleiding.
Het is ronduit ondenkbaar dat leerlingen die zijn ingestroomd in 2005/'06 vier jaar ingeschreven kunnen blijven staan voor een opleiding op niveau 1. Ik vraag mij dan ook af hoe de onderzoeker hier met zijn data heeft zitten spelen.
Hoewel ...? Misschien is hier sprake van leerlingen die in 2005/'06 zijn begonnen op niveau 1 en die zijn doorgestroomd naar niveau 2 of wellicht zelfs naar 3. In dat geval is een verblijf van vier jaar denkbaar. Maar dan zou het een vreemde zaak zijn als die leerlingen die later in hun leerloopbaan op niveau 2 of 3 uitvallen in dit onderzoek zouden zijn toegerekend aan niveau 1. Toch?
Ik ben er nog niet helemaal uit.
De reactie van de MBO Raad is verder tendentieus. Door het CBS wordt in het bericht namelijk een relatie gelegd tussen de gezinssituatie en uitval: jongeren uit eenoudergezinnen vertonen een sterkere uitval (zowel na een jaar als na vier jaar). De MBO Raad legt vervolgens in haar reactie ten onrechte een relatie tussen de gezinssituatie en niveau 1 door te stellen "dat veel studenten uit eenoudergezinnen op niveau 1 uitvallen". Een constatering die voor rekening is van de MBO Raad en niet spoort met het bericht bij het CBS.
De aanduiding 'CBS-rapport' in het bericht van de MBO Raad is overigens te veel van het goede omdat om niet meer gaat dan een bericht in het webmagazine van het CBS. Een bericht met niet veel meer dan ongeveer 15 regels tekst, twee grafieken en een verwijzing naar twee databestanden van het CBS.
Als ik een van de die twee databestanden gebruik voor een kleine analyse (in Excel) valt het volgende op.
Leerlingen die op niveau 1 na een jaar (zonder een diploma) uitvallen kennen de volgende verhouding in relatie tot de gezinssituatie:
leerlingen uit een tweeoudergezin 18%
leerlingen uit een eenoudergezin : 25%
Maar wat staat daar tegenover!?
Leerlingen die op niveau 1 na een jaar mét een diploma uitstromen:
leerlingen uit een tweeoudergezin 34%
leerlingen uit een eenoudergezin : 37%
Tja, wat zegt de factor gezinssituatie nu over de kans op uitval??
De analyse laat verder zien dat de factor 'eenoudergezin' op de niveaus 2, 3 en 4 eenzelfde effect heeft m.b.t. de uitval zonder diploma als op niveau 1. De gelegde relatie in het bericht van de MBO Raad is dus onjuist.
Even vreemd is het feit dat de cijfers m.b.t. de uitstroom van leerlingen mét diploma op de niveaus 2, 3 en 4 eenzelfde verschijnsel laten: leerlingen uit eenoudergezinnen doen het beter.
Een CBS-onderzoek(je) als dit op basis van een summiere vergelijking van eenvoudige datasets op macroniveau heeft mijns inziens beduidend minder waarde dan de onderzoeken van ROA naar voortijdig schoolverlaten zoals het recente "Voortijdige schoolverlaters: Aanleiding en gevolgen" (Allen en Meng, 2010). De auteurs van dit onderzoek laten nog eens haarfijn zien dat een van de belangrijkste redenen van voortijdige uitval te maken heeft met een verkeerde opleidingskeuze. Een beïnvloedbare factor die ook al in eerdere rapporten van ROA naar voren is gekomen.
Nog niet zo lang geleden liet voorzitter Van ZIjl van de MBO Raad weten dat de rek eruit zou zijn m.b.t. het terugdringen van VSV. Ik kan het helaas niet met hem eens zijn op dat punt. Er is nog steeds sprake van een kwart tot een derde aan VSV-ers die uitvallen vanwege 'beïnvloedbare factoren'. En wijzen naar niveau 1en sociaal economische status is evenmin terecht en zinvol als je bedenkt dat onderzoek verkeerd wordt 'geciteerd' en bovendien slechts ongeveer 3 à 4 procent van de totale MBO-populatie op niveau 1 zit.
... draw as much as possible from the common pool while giving little back
... a healthy ecosystem of interlinked network operators, developers, infrastructure providers, resource management organisations, etc.
... little incentive to expand networks beyond the largest and richest customers or regions.
... it remains able to react and respond to new requirements.
Een aantal citaten uit een bericht van de Internet Society die een scenariostudie heeft verricht naar de toekomst van het internet. Het zijn uiteindelijk vier scenario's en je kunt je afvragen of deze scenario's elkaar wederzijds uitsluiten. Ieder scenario in dit bericht gaat gepaard met een animatie.
De 'Common pool', 'Boutique networks', 'Moats and Drawbridges' en 'Porous Garden' onderscheiden zich onder andere aan de hand van factoren als eigenaarschap (propriëtair versus open), belangen (eigenbelang versus algemeen belang), opbrengsten (benefits versus the win for the internet), toegang en nog een aantal andere. Factoren die zeker niet onwaarschijnlijk of ondenkbaar zijn.De ISOC vraagt in dit bericht om (via een poll) te laten weten wat jij als de grootste bedreiging voor het internet ziet.
What are the top five priorities for action to take in education today? The people participating said:
- Teach to think, not to regurgitate.
- Commit to education as a public good and a public responsibility.
- Focus more on creating a long-term love of learning and the ability to think critically than teaching to standardised tests.
- Ensure all children have the opportunity to discover their natural abilities and develop them.
- Ensure that children from disadvantaged background and migrant families have the same opportunity to quality education as others.
De uitkomsten van de internetconsultatie "Raise your hand!" van de OECD zijn bekend.
...local parents who don’t send their children to school are penalized by the state even as school dropout is unheard of in that island nation which has virtually zero crime rate.(bron)..., a New Zealand regular classroom consist only about 15 children who perform most of class activities with the teacher’s function focused only on room management and supervision.
Instruction, ... , is very informal with every classroom having a heavily socialized atmosphere where children freely sit or squat on the floor with the room surrounded with colorful instructional devices and enough reading materials.
Zou het dan toch zo eenvoudig zijn??
A significant feature of the way this school operates and is managed is the enormous emphasis that is placed on student voice. This is exemplified in a number of ways, and has come about as the result of a significant amount of hard work, research and planning on the part of the staff and students in the school. Key strategies the school uses to ensure that student voice contributes to how the school operates include:
The staff and students we spoke to and observed were certainly living out the espoused ideas in our brief time observing – but enough to convince us that the emphasis on student voice that this school talks about is genuine and a part of the school culture.
This visit has highlighted for me (again) the fundamental importance of building a positive school culture, one based on trust and mutuality, where student voice is paid more than lip service and tokenistic acknowledgment. This school has achieved that – and now without considerable planning and effort, but the results are certainly worth it if what we saw today is anything to go by.
Perhaps the interesting thing is that all of this was happening in a school that is an amalgamation of buildings and facilities that date back to 1567! Even the new buildings, the most recent opened in 2003, were hard to distinguish from the older ones. These quality outcomes were being achieved in a traditional school environment, without the added bonus of innovative architecture, buildings fit for pedagogy etc.
Uit een groot onderzoek in de US is al eens gebleken (Astin, 1993) dat de omgevingsfactoren die de onderwijsprestaties van studenten het sterkst beïnvloeden de interactie tussen studenten onderling en tussen studenten en docenten zijn. Investeren in de interactie tussen studenten en docenten beïnvloedt mijns inziens ook de kwaliteit van de docent én het curriculum. De Ashby School uit dit bericht van Derek Wenmoth is hier heel doelbewust mee bezig. Het lijkt zo eenvoudig, voor de hand liggend en ook makkelijker dan investeren in gebouwen en ICT. En toch zijn er volgens mij in Nederland nog veel scholen die van deze Ashby School kunnen leren.
Stel je voor zeg: studenten die worden betrokken bij sollicitatieprocedures!?
Tijdens de afgelopen Onderwijs Researchdagen (ORD) in Enschede werd mij duidelijk dat het onderwijsonderzoek onverminderd zoekt naar effectiviteitsverbetering. Het kan daarbij om allerlei niveaus gaan, uiteenlopend van onderwijskundig eiderschap, docentcompetenties, professionalisering en curriculumontwikkeling of het ontwerpen van taken en inzetten van ICT. Ook tijdens het slotdebat tussen onderzoekers uit verschillende 'scholen' beperkte zich de discussie over onderwijskwaliteit hoofdzakelijk tot zaken als efficiëntie en effectiviteit, tijd en geld maar ook validiteit, objectiviteit en dergelijke.
De cruciale vraag waaraan het Nederlandse onderwijs een wezenlijke bijdrage kan leveren en wie die 'hogere' doelen eigenlijk bepaalt/bepalen, kwam ik slechts in één sessie tegen. Een sessie over een analysemodel dat kan worden toegepast voor het beschrijven en verklaren van het verloop van grootschalige onderwijshervormingen, zoals het invoeren van het Studiehuis (onderzoek van T. Carpay). Tijdens die sessie kwam onder andere ter sprake hoe de visie op en doelen van het Nederlands onderwijs via een breed maatschappelijk debat tot stand zouden moeten komen. Iets dergelijks werd nog niet zo lang geleden ook voorgesteld door de Onderwijsraad.
Als ik kijk naar de beschrijvingen die de laatste tijd vaak worden gegeven van de huidige maatschappelijke onrust en onzekerheid, de aanleiding die onder andere te vinden zou zijn in de dieperliggende oorzaken van de huidige recessie, en de wijze waarop onze huidige jeugd denkt, dan is de vraag die Sir Michael Barber stelt een zeer wezenlijke: "If we think it’s really important that the next generation are really well educated, don’t you think we should be doing that all around the world?". Het filmpje kwam ik tegen op de weblog van Derek Wenmoth. In diens bericht vind je ook meer informatie over Barbers presentatie "The Prospects of global education reform" en zijn 3x3 model van 'building blocks' voor het onderwijs van de toekomst.
Een goede presentatie over nieuwe 'domeinen' van leren, gekenmerkt door verschillende relaties, verschillende contexten en verschillende discoursen, en het nut van een Personal Learning Environment (PLE). Vooral het aspect 'control' (ben ik zelf de eigenaar van mijn leren en de daarvoor benodigde tools") speelt een wezenllijke rol om het leren in die verschillende contexten te kunnen verbinden. Wat mij betreft op te vatten als een voorzet voor een Pragmatic Learning Environment..
YouTube has just launched an online video editor, and you can read more about it at the Mashable blog.
Though I haven’t tried it yet, I’m going to tentatively add it to Not The “Best,” But A List… Of Online Video Editors.
Please leave a comment if you’ve used it.
Hello there! If you are new here, you might want to subscribe to the RSS feed for updates on this topic.
Mooie uitbreiding van functionaliteit voor iedereen die graag 'in the cloud' werkt.
Classroom uses of social network sites: Traditional practices or new literacies?May 31, 20100 Comments
Comments are closed.
Leuk onderzoek naar de vraag of nieuwe technologie automatisch de vraag oproept naar nieuwe vaardigheden. Het onderzoek laat zien dat de gebruiker (in dit geval docenten) heel goed in staat kan zijn met nieuwe technologie oude dingen te doen. Volgens onderzoekster Moayeri bepaalt de mindset (maar dat mag je m.i. ook paradigma noemen) hoe professionals (in dit geval docenten) de technologie gebruiken.
Je op deze manier 'eigen maken' van technologie wordt ook wel 'appropriation' genoemd. En software naar je eigen hand zetten is nu net de kracht van veel sociale media. Deze software is zo ontworpen dat je als gebruiker veel mogelijkheden krijgt om instellingen te wijzigen en onderdelen (als widgets) toe te voegen.
Maar wat je als docent dus blijkbaar ook kunt doen, is die moderne media voor traditionele praktijken inzetten. Dit onderzoek laat zien dat er meer voor nodig is dan nieuwe technologie om het denken en doen van docenten te veranderen.